Doorgaan naar content

Specialisaties

Gerichte expertise voor specifieke aandoeningen van het bewegingsapparaat.

Scoliose

  1. 1

    Wat is het?

    Scoliose is een 3D zijdelingse verdraaiing en verkromming van de wervelkolom. Er ontstaat een bocht in de wervelkolom en deze draait om zijn eigen as. De wervelkolom kan naar één kant krom groeien (verkromming), waardoor er één bocht ontstaat, maar meestal ontstaan er twee bochten. De verdraaiing van de wervelkolom veroorzaakt op borsthoogte aan de rugzijde een bolling van de ribben. Die bolling wordt gibbus genoemd.
    De term scoliose komt uit het Grieks en betekent verkromming. Kort gezegd is het een kromme rug.
    In de meeste gevallen gaat het om een structurele scoliose, een ‘echte’ scoliose; die altijd gepaard gaat met een verdraaiing van de wervelkolom en de daaruit voortvloeiende gibbus ( bochel ).
    In sommige gevallen wordt de scoliose veroorzaakt door een houdingsafwijking; deze is meestal goed te corrigeren.
    Structurele scoliose is een chronische aandoening en zal levenslang aanwezig blijven.

  2. 2

    Hoe vaak komt het voor?

    Voor scoliose vindt men meestal geen aanwijsbare oorzaak. De aandoening ontwikkelt zich tijdens de snelle groeifase, rond de leeftijd van 10-12 jaar bij meisjes, en iets later bij jongens. Scoliose komt 10 keer meer voor bij meisjes dan bij jongens, en wordt doorgaans ontdekt tijdens een schoolonderzoek of in de zomer aan het strand.

    Kyfose komt het vaakst voor bij de ziekte van Scheuermann. Deze ziekte wordt gekenmerkt door een groeistoornis van een of meer tussenwervelschijven. Dit geeft aanleiding tot een geleidelijke wigvorming van de aanliggende wervels. Kyfose komt voor vanaf de leeftijd van 10 jaar, maar 4 keer meer bij jongens dan bij meisjes. Meestal zijn er geen symptomen, tenzij pijn in de wervelkolom ter hoogte van de borstkas.

    Andere oorzaken van scoliose en kyfose komen minder vaak voor en kunnen aangeboren zijn, zoals een neuromusculaire aandoening ter hoogte van de hersenen, ruggenmerg, zenuwen of spieren, of verworven, bijvoorbeeld na een ongeval of een infectie.

  3. 3

    Hoe kun je het herkennen?

    Scoliose wordt vaak toevallig ontdekt tijdens een schoolonderzoek of een routineonderzoek. Dikwijls hebben de ouders het al opgemerkt bij hun kind. Als je naar je rug kijkt, zie je immers dat de wervelzuil een S- of een C-vormige kromming maakt naar opzij. Het kan gepaard gaan met een bult of een asymmetrie van de schouders.

    Bij kyfose is de normale kromming van de rug te uitgesproken waardoor je een bolle rug hebt. Meestal heb je er niet echt last of pijn van.

  4. 4

    Hoe stelt je arts de aandoening vast?

    In de eerste plaats zal de arts je ontblote rug inspecteren, in staande houding en voorovergebogen. Hij zal dan ook letten op asafwijkingen in de heupen en de schouders en nagaan of er een verschil is in beenlengte. De afwijking van de hoek tussen de wervels kan hij meten met een scoliometer of aan de hand van een röntgenfoto.

    De ziekte van Scheuermann geeft op röntgenfoto specifieke afwijkingen. Er is dan ook sprake van stijfheid van de rug- en dijspieren. Verder is het belangrijk dat de arts andere aandoeningen die rugafwijkingen kunnen veroorzaken (zoals tuberculose, kanker of een botbreuk), uitsluit.

  5. 5

    Wat kun je zelf doen?

    Wanneer je in de kinderjaren een ernstige wervelafwijking of afwijking van de borstkas vermoedt, laat je dit best zo snel mogelijk onderzoeken. Onbehandeld kan dit immers leiden tot een aanzienlijk verminderd longvolume, stoornissen van het ruggenmerg en een ernstig afwijkende houding. Er is bovendien meer kans op succes als de behandeling met een korset vroeg wordt gestart. Dit kan je op latere leeftijd een ingreep besparen.

    Het is raadzaam om veel te bewegen en te sporten (bijvoorbeeld zwemmen). Zo kweek je een natuurlijk spiercorset. Een kinesitherapeut kan je aangepaste oefeningen aanleren, die je thuis zelf kunt doen.

  6. 6

    Wat kan je arts of zorgverlener doen?

    Een scoliose zonder aanwijsbare oorzaak met een geringe afwijking van de ruggenwervel (minder dan 25 graden) hoeft niet behandeld te worden. Het volstaat om de evolutie te bewaken.

    Een afwijking van 25 tot 45 graden bij een opgroeiend kind wordt behandeld met een korset. Bij een volwassene (dus een volgroeid persoon) is een korset niet meer nuttig.

    Een afwijking van meer dan 45 graden is een indicatie voor correctie via een chirurgische ingreep. Bij een grote afwijking zorgt de zwaartekracht er namelijk voor dat de ruggenwervels kunnen verschuiven. Andere indicaties voor chirurgische ingreep zijn het bewaren van een normale ademhalingsfunctie, verlichting van de rugpijn en cosmetische verbetering van de rugvorm.

    Personen met de ziekte van Scheuermann hebben baat bij kinesitherapie en vermijden best bepaalde rugbelastende sporten zoals gewichtheffen. Een korset wordt bij hen pas aangeraden vanaf een afwijking van de kyfosehoek van 60 graden. Vanaf 75 graden wordt een ingreep overwogen, maar dat komt zelden voor.

Klaar om te starten?

Neem vandaag nog contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek. Samen bekijken we hoe we jou het beste kunnen helpen.